Baan

Tijdelijke plaatselijke regels Golfclub De Dommel kunt u inzien via de volgende link:
Tijdelijke plaatselijke regels maart 2017

Plaatselijke regels Golfclub De Dommel:

  1. Buiten de baan (regel 27-1 / definitie pagina 28[1])
  • Wordt gemarkeerd door witte palen, palen met een witte kop of witte markeringen op afrasteringen;
  • De oefenbaan links van hole 1, 8 en 9 en het deel van het parkeerterrein achter hole 18 tot aan de afslag van hole 10 is buiten de baan.
  1. Gebieden met Kwetsbaar Milieu (GKM) (appendix 1 deel A blz. 140 tm 143)Gebieden met een kwetsbaar milieu worden aangegeven door rode palen met een groene kop. Deze gebieden rechts van de holes 3 tot en met 6 zijn dus laterale waterhindernissen Het betreden en spelen uit het GKM is niet toegestaan. Indien bekend of praktisch zeker is dat de bal van de speler in dat gebied ligt of het gebied een belemmering vormt voor de stand van de speler of de ruimte voor zijn voorgenomen swing MOET de speler, met één strafslag, handelen volgens Regel 26-1.
  1. Abnormale terreinomstandigheden (regel 25-1 / definitie pagina 27)
  • Grond in bewerking (GUR) wordt gemarkeerd met blauwe paaltjes en/of witte lijnen;
  • GUR MOET verplicht worden ontweken volgens regel 25-1 b, indien er droppingzones zijn, MOET de speler het spel vervolgen door een bal te droppen in de droppingzone die het dichtst bij de plek is waar de bal ligt, zelfs als deze dichter bij de hole is. Indien de bal is gedropt in een droppingzone, mag de bal niet opnieuw worden gedropt als hij tot stilstand komt binnen twee stoklengten van het punt waar hij eerst een deel van de baan raakte, zelfs als hij dichter bij de hole tot stilstand komt of buiten de grenzen van de droppingzone.
  • Een bal die door de baan in of op een beluchtingsgat terechtkomt, MAG zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en gedropt, zo dicht mogelijk bij de plek waar hij lag, maar niet dichter bij de hole. Bij het droppen MOET de bal eerst een deel van de baan raken dat door de baan is. Op de green MAG een bal die in of op een beluchtingsgat terechtkomt, geplaatst worden op de dichtstbijzijnde plek, niet dichter bij de hole, waar een dergelijke ligging wordt vermeden
  1. Verkeerde green (regel 25-3)Indien de bal op de oefengreen bij de green van hole 18 ligt, ligt deze op een verkeerde green (voorzien van droppingzones). De speler MOET het spel vervolgen door een bal te droppen in de droppingzone die het dichtst bij de plek is waar de bal ligt, zelfs als deze dichter bij de hole is. Indien de bal is gedropt in een droppingzone, mag de bal niet opnieuw worden gedropt als hij tot stilstand komt binnen twee stoklengten van het punt waar hij eerst een deel van de baan raakte, zelfs als hij dichter bij de hole tot stilstand komt of buiten de grenzen van de droppingzone.
  1. (Vaste) obstakels (regel 24-2/ definitie pagina 35)
  • Alle paden en wegen zijn integrale onderdelen van de baan met uitzondering van:
    • de met klinkers bestraten delen van de oprijlaan tussen hole 1 en 15 tot aan hole 10;
    • het pad achter de green van hole 1;
    • de weg die de fairways van hole 12 en 13 kruist, en
    • de bestrating rondom de greenkeepersloods tussen hole 10 en 14.
  • Kunstgras matten zijn integraal onderdeel van de baan.
  • Grond bedekt met kiezels is een integraal onderdeel van de baan. De kiezels zijn losse natuurlijke voorwerpen.
  • De oranje paaltjes rechts in het bos naast de fairway van hole 10 markeren een wandelpad en zijn vaste obstakels;
  • Jonge aanplant gemerkt met een blauw lintje en aangepaalde bomen (inclusief de boomspiegel) zijn vaste obstakels. Indien er sprake is van belemmering (zie regel 24-2a) voor de stand van een speler of voor de ruimte voor zijn voorgenomen swing, MOET de bal, zonder straf, worden opgenomen en gedropt volgens de in Regel 24-2b(i) (vast obstakel) voorgeschreven handelwijze.
  • Een vast obstakel op of binnen twee stoklengten van de green en binnen twee stoklengten van de bal mag worden ontweken volgens de procedure op pagina 148 van de Golfregels.
  1. Waterhindernissen (regel 26 / definitie pagina 41)
  • Alle niet gemarkeerde waterhindernissen zijn door de baan.
  • Laterale waterhindernis rechts van de holes 3 t/m 6: zie Gebieden met kwetsbaar milieu bij 2.
  • De volgende laterale waterhindernissen strekken zich tot in het oneindige uit:
    • Links van hole 3 vanaf 170 meter voor de green in zuidelijke richting
    • Links van hole 4 in westelijke richting
    • Achter de green van hole 4 in noordelijke richting
    • Links van de fairway 100 meter voor de green van hole 6 t/m de green in oostelijke richting
    • Rechts van de fairway van hole 10 in oostelijke richting.
  • Indien het onduidelijk is of een bal in de waterhindernis tussen de afslag en de green van hole 2 ligt of daarin verloren is, MAG een speler een andere bal spelen als provisionele bal volgens een van de mogelijkheden van Regel 26-1 die van toepassing is.
    • Indien de oorspronkelijke bal buiten de waterhindernis wordt gevonden, moet de speler daarmee verder spelen. Indien de oorspronkelijk bal in de waterhindernis wordt gevonden, mag de speler de bal spelen zoals hij ligt of verder spelen met de bal die volgens Regel 26-1 als provisionele bal is gespeeld.
    • Indien de oorspronkelijke bal niet is gevonden of is geïdentificeerd binnen de zoektijd van vijf minuten, moet de speler verder spelen met de provisionele bal.
  1. Per ongeluk bewogen bal(merker) op de green (regels 18-2, 18-3 en 20-1)Indien de bal van de speler op de green ligt, volgt geen straf als de bal of de balmerker per ongeluk door de speler, zijn partner, zijn tegenstander, of een van beide caddies of uitrusting wordt bewogen. De bewogen bal of balmerker moet worden teruggeplaatst zoals voorzien in de Regels 18-2, 18-3 en 20-1.Deze plaatselijke regel is alleen van toepassing als de bal van de speler of zijn balmerker op de green ligt en de beweging per ongeluk veroorzaakt wordt.Noot: Indien wordt vastgesteld dat de bal van de speler op de green bewogen is als gevolg van wind, water of een andere natuurlijke oorzaak zoals door de zwaartekracht, dan moet de bal gespeeld worden zoals hij ligt op de nieuwe ligplaats. Een balmerker die onder gelijke omstandigheden is bewogen moet worden teruggeplaatst.Straf voor overtreding van deze plaatselijke regels 1 t/m 6:
    Matchplay – verlies van de hole, Strokeplay – twee strafslagen

    Het betreden van het gebied met kwetsbaar milieu kan voor het bestuur aanleiding zijn om de betreffende speler te schorsen. 

  1. AfstandsmetersEen speler MAG afstanden bepalen met een afstandsmeter. Indien een speler tijdens een vastgestelde ronde een afstandsmeter gebruikt om ook andere gegevens te bepalen die zijn spel zouden kunnen beïnvloeden (bijv. helling, windsnelheid, temperatuur, stokkeuze) overtreedt hij Regel 14-3.Uitzondering:Apparatuur die informatie geeft over afstanden die men met bepaalde clubs slaat, mag gebruikt worden indien deze informatie vóór de ronde verkregen is.Straf voor overtreding van regel 7:
    Bij de eerste overtreding: Matchplay- Verlies van de hole; Strokeplay- Twee slagen
    Bij een volgende overtreding – Diskwalificatie

Deze plaatselijke regels overrulen de verkorte versie van deze plaatselijke regels op de scorekaart van Golfclub De Dommel.

Eventuele tijdelijke plaatselijke regels worden vermeld op het bord bij de tee van hole 1 en op de mededelingenborden in het clubhuis en bij het secretariaat.

[1] Paginanummers en regels verwijzen naar Golfregels vanaf 2016 Nederlandse uitgave

 

Plaatselijke regels Golfclub De Dommel